Verhoging tarief vennootschapsbelasting (VPB)

Prinsjesdag 2018, verhoging tarief vennootschapsbelasting

Een klein jaar geleden konden wij u informeren over de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven vanaf 2020. De huidige tarieven van 20% en 25% zouden in stappen verlaagd worden naar 16% en 21% in 2021. De eerste tariefschijf zou gelijk blijven op € 200.000,-. Nu Prinsjesdag 2018 nadert, komen er berichten dat deze tariefsverlaging minder groot zal zijn.

Het genoemde tarief van 21% zal vanaf 2021 22% gaan bedragen. Het lagere tarief van 16% tot een belastbare winst van € 200.000,- in de eerste belastingschijf, blijft 16%. Dit komt neer op een marginaal hogere belastinglast. Op een belastbare winst van € 300.000,- zal € 1.000,- meer aan vennootschapsbelasting moeten worden betaald.

Wat interessanter is is het signaal dat hier van uitgaat. Want waarom deze aanpassing? Heeft de beoogde afschaffing van de dividendbelasting hier mee te maken? Het is te vroeg om hier een antwoord op te geven, maar de eerste berichten leiden wel tot een verhoogde interesse in de komende Prinsjesdag.

 

Stel uw vraag

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Fiscale eenheid, hoe nu verder?

Update: fiscale eenheid

Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Deze vragen hebben betrekking op de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Het probleem

Als een B.V. tenminste 95% van de aandelen in eigendom bezit in een andere B.V. dan kunnen deze twee B.V.’s onder voorwaarden voor de vennootschapsbelasting fiscaal een eenheid vormen. Eén van de voorwaarden hierbij is dat beide B.V.’s in Nederland zijn gevestigd.

Handelingen binnen deze fiscale eenheid zijn in beginsel niet zichtbaar, de B.V.’s vormen immers fiscaal een eenheid. Dit kan voordelen met zich brengen. Zo kunnen fiscaal niet toegestane financieringsconstructies met daarbij van toepassing zijnde renteaftrekbeperking, worden onttrokken aan het zicht van de Belastingdienst. Buiten de fiscale eenheid is de renteaftrek op dergelijke financieringen die worden gebruikt voor besmette handelingen niet toegestaan.

Omdat de fiscale eenheidsregime wel is toegestaan voor binnenlandse vennootschappen en niet voor buitenlandse vennootschappen hebben Nederlandse vennootschappen zo een voordeel, kortom discriminatie.

Vraagstelling

Kunnen buitenlandse vennootschappen, ondanks dat zij geen fiscale-eenheid kunnen aangaan volgens de Nederlandse wetgeving, wel in aanmerking komen voor de voordelen van de afzonderlijke elementen van de Nederlandse fiscale eenheidsregime? (per-elementbenadering)

Advocaat-Generaal Europees Hof van Justitie

Het fiscale eenheidsregime is op grond van de Nederlandse wet beperkt tot binnenlandse verhoudingen. In grensoverschrijdende verhoudingen kan geen fiscale eenheid worden aangegaan en daarmee zijn de hiermee samenhangende voordelen beperkt tot Nederlandse vennootschappen. Dit is discriminerend.

Spoedwet

Als het Europees Hof van Justitie ook van mening is dat hier sprake is van discriminatie dan moet het fiscale eenheidsregime met de daarbij horende voordelen ook worden toegestaan voor buitenlandse vennootschappen. Naar inschatting van toenmalig staatssecretaris Wiebes kan dit leiden tot een kostenpost voor de schatkist van € 400 miljoen.

Om dit te voorkomen kondigde Wiebes spoedmaatregelen aan. Deze spoedmaatregelen hebben een terugwerkende kracht naar 25 oktober 2017.

Deze spoedmaatregel schrapt het genoemde voordeel betreffende de rente-aftrek. Tevens zullen de maatregelen leiden tot een beperking van de gunstigere behandeling van Nederlandse vennootschappen binnen de fiscale eenheid.

Gevolg

Voor bepaalde onderdelen zullen de vennootschappen binnen de fiscale eenheid moeten gaan handelen als zelfstandige belastingplichtigen. Naar verwachting zal dit leiden tot een verhoging van de belastinglast en de administratieve werkzaamheden.

Europees Hof van Justitie op 22 februari 2018

Het Nederlandse fiscale eenheidsregime voor de vennootschapsbelasting is niet EU-proof.

De aangekondigde spoedwetgeving zal met terugwerkende kracht naar 25 oktober 2017, 11:00 uur, in werking treden. Het wetsvoorstel moet nog worden gepubliceerd. Zodra dit bekend is zullen wij u nader informeren.

Stel uw vraag

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 januari 2020

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA)

De opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot 1 januari 2020. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Wel gaat het kabinet de mogelijkheden voor de handhaving van kwaadwillenden vanaf 1 juli 2018 verruimen. Dit schrijven minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Snel van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ ers) hebben een belangrijke positie op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil deze grote groep ondernemers de ruimte geven om te ondernemen, maar vindt het ook belangrijk dat zzp’ers een welbewuste keuze voor het ondernemerschap maken en niet belanden in een situatie van schijnzelfstandigheid. Bovendien wil het kabinet een einde maken aan de situatie dat mensen als zzp’er werken voor een tarief dat zo laag is dat zij zich niet kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en geen pensioen kunnen opbouwen.

Klik hier om het volledige artikel te lezen.

Bron: Rijksoverheid

AOW-leeftijd niet omhoog in 2023

AOW-leeftijd niet omhoog

De AOW-leeftijd gaat in 2023 niet omhoog. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het kabinet heeft, op basis van nieuwe cijfers over de levensverwachting van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de AOW-leeftijd voor 2023 vastgesteld. Die blijft in 2023 67 jaar en drie maanden, net als in 2022. De levensverwachting is minder snel gestegen dan in voorgaande jaren. Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet omhoog gaat.

Levensverwachting

Elk jaar wordt gekeken of de AOW-leeftijd moet worden verhoogd op basis van de levensverwachting. Dat moet vijf jaar van tevoren worden gemeld om mensen tijdig hierover te informeren. Dan hebben ze tijd om zelf aanvullende maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld extra sparen voor hun (aanvullend) pensioen of om nu alvast een extra verzekering af te sluiten als ze toch eerder willen stoppen met werken.

Kabinet

Het kabinet heeft in 2012 besloten de AOW-leeftijd in etappes te verhogen om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden. In 2018 wordt de AOW-leeftijd 66 jaar. In 2019, 2020 en 2021 komen daar elk jaar vier maanden bij. In 2021 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Die is vorig jaar oktober vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden. En dat blijft ook in 2023 zo.

Wie wil zien wat op dit moment de leeftijd is waarop hij of zij voor het eerst AOW krijgt, kan daarvoor terecht op rekentools op de sites van de Sociale Verzekeringsbank en Wijzer in Geldzaken.

Bron: Rijksoverheid

Het regeerakkoord is er!

Update regeerakkoord 

Menig politieke partij en belangengroepering reageert nog op de fiscale keuzes in het regeerakkoord. Toch zullen ook zij snel moeten overgaan tot het accepteren daarvan. Inmiddels is bekend dat werken meer zal worden beloond. Voor buitenlandse bedrijven moet het aantrekkelijker worden zich in Nederland te vestigen maar internationale belastingontwijking wordt verder bemoeilijkt. Met dit in gedachte, volgt hierna een samenvatting van de verschillende fiscale voornemens.

 

Inkomstenbelasting

  • In de inkomstenbelasting wordt een 2-schijvenstelsel ingevoerd. Het lage tarief wordt 36,93% (nu 36,55%). Vanaf een inkomen van € 68.000 wordt het tarief 49,5% (nu 52%).
  • De algemene heffingskorting wordt verhoogd met ongeveer € 350 en de arbeidskorting met ongeveer € 365.
  • De hypotheekrenteaftrek wordt verlaagd. Dit gebeurt vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3% . Daarna is de hypotheekrente nog slechts aftrekbaar tegen het nieuwe lage inkomstenbelastingtarief van 36,93%.
  • Huiseigenaren krijgen ook een tegemoetkoming. Het eigenwoningforfait wordt in 2020 met 0,15% verlaagd. Uit de vele discussies die na de presentatie van het regeerakkoord zijn gevoerd bleek dit eigenwoningforfait, doorgaans toch een vrij stil onderdeel van de inkomstenbelasting, een vaak genoemd thema. De reden is de belastbaarheid van het eigenwoningforfait als de schuld op de woning is afgelost. Dit maakt volledig aflossen van de schuld minder aantrekkelijk maar vooral iets om verder in het oog te houden.
  • Voor ondernemers, inclusief de vele ZZP-ers, is de zelfstandigenaftrek een reden om de onderneming in stand te houden. Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek in 4 jaarlijkse stappen afgebouwd om uiteindelijk nog slechts tegen het lage inkomstenbelastingtarief aftrekbaar te zijn. Dit zal voor velen een aanzienlijke impact hebben.
  • De Box 3-heffing wordt sneller aangesloten op het werkelijke rendement op spaartegoeden. Hoe dat er uit gaat zien wordt in deze kabinetsperiode uitgewerkt. Het heffingsvrije vermogen in Box 3 wordt verhoogd naar € 30.000. Voor fiscaalpartners in totaal tot € 60.000.
  • Om Nederland internationaal aantrekkelijker te maken als vestigingsland wordt – naast de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven – de dividendbelasting als voorheffing afgeschaft. Deze cadeautjes worden deels gefinancierd uit de verhoging van de tarieven in Box 2, de Box waar de aandeelhouder de inkomsten uit de BV fiscaal verantwoordt. Het huidige tarief van 25% zal in 2020 stijgen naar 27,3%. In 2021 wordt het Box 2-tarief zelfs 28,5%.

 

Vennootschapsbelasting

  • Voor winsten tot en met € 200.000 bedraagt het huidige vennootschapsbelastingtarief 20%. Alles daarboven is belast tegen 25%. Beide tarieven worden vanaf 2019 in stappen verlaagd tot ze in 2021 bedragen: 16% en 21%.
  • Om internationale belastingontwijking via Nederland minder aantrekkelijk te maken komt er een bronbelasting op rente- en royaltystromen naar laag belaste landen.
  • Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 5% naar 7%.
  • De afschrijving op bedrijfsgebouwen in eigen gebruik wordt verder beperkt. Nu kan nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dat wordt 100% van de WOZ waarde, zodat het moment waarop niet meer kan worden afgeschreven, eerder wordt bereikt.
  • Verliezen kunnen met toekomstige winsten in de komende 9 jaar worden verrekend (carry-forward). Die termijn wordt verkort tot 6 jaar.

 

Omzetbelasting
  • Het lage BTW tarief van 6% zal worden verhoogd naar 9%. Dit raakt de kapper, de fietsenmaker, de boodschappen; kortom consumeren wordt duurder.

 

Loonbelasting
  • De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt verkort tot 5 jaar.
  • De onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verruimd naar € 1.700 per jaar.
  • De vervanging van de VAR-verklaring door het systeem van (model)overeenkomsten van opdracht werkt niet. Het nieuwe kabinet is daarom voornemens een nieuwe wet in te voeren die (meer) zekerheid biedt over de vraag of sprake is van een zelfstandige of van een werknemer.

Lage BTW tarief van 6% naar 9%

Aanpassing lage BTW tarief

Het aankomende nieuwe kabinet gaat het lage BTW tarief van 6% verhogen naar 9%. Deze maatregel wordt genomen in combinatie met het verlagen van belasting op arbeid. Doel hiervan is dat werk meer moet gaan lonen.

 

Op dit moment vallen onder het verlaagde 6% tarief de diensten van bijvoorbeeld kappers, fietsenmakers, op gebied van sport en bepaalde werkzaamheden in de bouw. Maar ook als u een boek koopt of een avondje gaat uiteten heeft u te maken met het verlaagde 6% tarief. Als het aan het nieuwe kabinet ligt worden al deze zaken duurder.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Maximale hypotheekrenteaftrek 37%

Hypotheekrenteaftrek

Het hangt al enkele jaren in de lucht, het einde van de hypotheekrenteaftrek. Tot nu toe bleef het bij relatief vriendelijke maatregelen die deze aftrek verder beperkte. Het ziet er echter naar uit dat ons nieuwe kabinet er serieus werk van gaat maken.

 

Het volledig afschaffen van de hypotheekrenteaftrek gaat nog te ver, maar vanaf 2020 komt er naar verwachting een versnelde afbouw. De aftrek wordt in vier stappen van 3 procent beperkt tot het laagste inkomstenbelastingtarief van 37%. Om deze lastenverzwaring voor met name de hogere inkomens enigszins te compenseren wordt het eigenwoningforfait lager evenals de inkomstenbelastingtarieven.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Grootste hervorming van de Europese BTW-regels in 25 jaar

Hervorming BTW-regels

De Europese Commissie heeft een plan gepresenteerd voor de grootste hervorming van de Europese BTW-regels in 25 jaar.  Met deze hervorming tracht de Commissie BTW fraude te bestrijden en het BTW-systeem eenvoudiger te maken voor het bedrijfsleven.

 

De Commissie wil het huidige BTW-systeem veranderen door de verkoop van goederen van het ene EU-land naar het andere op dezelfde wijze te belasten als goederen die binnen een lidstaat worden verkocht. Het voorstel houdt in dat leveranciers van goederen en diensten bij grensoverschrijdende transacties binnen de EU niet meer het 0%-tarief hanteren maar het tarief van het bestemmingsland. Deze BTW wordt afgedragen in het eigen land van de leverancier, waarna het wordt overgemaakt naar het bestemmingsland.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Aanvraag g-rekening, het formulier van de Belastingdienst is aangepast.

Nieuwe formulier aanvraag g-rekening”

De Belastingdienst heeft het formulier ‘Aanvraag g-rekening’ aangepast en vraagt u dit nieuwe formulier te gebruiken. De vraagstelling is verduidelijkt en de toelichting op het formulier is uitgebreid. Door een betere indeling van het formulier verwacht de Belastingdienst dat aanvragers het formulier makkelijker kunnen invullen en minder fouten maken.

Als u het formulier juist invult, kan de Belastingdienst het in de meeste gevallen centraal verwerken. Dit verkort de behandeltijd. Voor een snelle afhandeling is het belangrijk dat u in het bijzonder de volgende vragen correct invult:

  • Welke bedrijfsactiviteiten worden op dit moment in de onderneming uitgeoefend? (vraag 1f)
  • Bij welke bank wilt u een g-rekening openen? (vraag 1a)

Het formulier ‘Aanvraag g-rekening’  kunt u hier downloaden.

Meer informatie over keten- en inlenersaansprakelijkheid leest u in de volgende brochures:

Bron: Belastingdienst

Tot slot

Alvorens u zelfstandig een g-rekening gaat aanvragen, adviseren wij u om eerst contact op te nemen met uw adviseur binnen DK Accountants & Adviseurs. Hij kent uw situatie het beste en kan u passend adviseren.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën wil met ingang van 1 januari 2018 de bestaande inkeerregeling afschaffen

inkeerregeling

Eric Wiebes, staatssecretaris van het ministerie van financien

De inkeerregeling

Mede door de toenemende internationale gegevensuitwisseling tussen de nationale belastingdiensten en het terug dringen van het bankgeheim is de kans steeds kleiner dat vermogen verborgen blijft voor de belastingdiensten. Belastingplichtigen die dergelijk vermogen alsnog in de aangifte wensen op te nemen kunnen gebruik maken van de inkeerregeling.

 

Staatssecretaris Wiebes

De Staatssecretaris heeft bij brief van 17 januari 2017 aangekondigd van de bestaande inkeerregeling in zijn geheel af te willen (zie nieuwsbericht Ministerie van Financiën van 17 januari 2017). Daarmee komt een einde aan de regeling dat belastingplichtigen die binnen twee jaar na het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte willen doen, zonder dat het opleggen van een vergrijpboete mogelijk is. De boete die de belastingplichtige na afschaffing betaalt, zal in beginsel de maximale boete van 100%, respectievelijk 300% zijn.

 

Inmiddels heeft de Staatssecretairs bij brief van 12 juli 2017 aangekondigd de inkeerregeling met ingang van 1 januari 2018 af te willen schaffen. Dit houdt in dat met ingang van 1 januari 2018 geen beperkte termijn meer zal gelden, waarbinnen volledige boetematiging plaatsvindt, des te meer reden om tijdig in te keren.

 

Tot slot

Wilt u alsnog vóór 1 januari 2018 inkeren, neem dan contact op met uw adviseur bij DK Accountants & Adviseurs of bel 0318-50 00 05 en vraag naar mr. Robert Miske RB.