Het regeerakkoord is er!

Update regeerakkoord 

Menig politieke partij en belangengroepering reageert nog op de fiscale keuzes in het regeerakkoord. Toch zullen ook zij snel moeten overgaan tot het accepteren daarvan. Inmiddels is bekend dat werken meer zal worden beloond. Voor buitenlandse bedrijven moet het aantrekkelijker worden zich in Nederland te vestigen maar internationale belastingontwijking wordt verder bemoeilijkt. Met dit in gedachte, volgt hierna een samenvatting van de verschillende fiscale voornemens.

 

Inkomstenbelasting

  • In de inkomstenbelasting wordt een 2-schijvenstelsel ingevoerd. Het lage tarief wordt 36,93% (nu 36,55%). Vanaf een inkomen van € 68.000 wordt het tarief 49,5% (nu 52%).
  • De algemene heffingskorting wordt verhoogd met ongeveer € 350 en de arbeidskorting met ongeveer € 365.
  • De hypotheekrenteaftrek wordt verlaagd. Dit gebeurt vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3% . Daarna is de hypotheekrente nog slechts aftrekbaar tegen het nieuwe lage inkomstenbelastingtarief van 36,93%.
  • Huiseigenaren krijgen ook een tegemoetkoming. Het eigenwoningforfait wordt in 2020 met 0,15% verlaagd. Uit de vele discussies die na de presentatie van het regeerakkoord zijn gevoerd bleek dit eigenwoningforfait, doorgaans toch een vrij stil onderdeel van de inkomstenbelasting, een vaak genoemd thema. De reden is de belastbaarheid van het eigenwoningforfait als de schuld op de woning is afgelost. Dit maakt volledig aflossen van de schuld minder aantrekkelijk maar vooral iets om verder in het oog te houden.
  • Voor ondernemers, inclusief de vele ZZP-ers, is de zelfstandigenaftrek een reden om de onderneming in stand te houden. Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek in 4 jaarlijkse stappen afgebouwd om uiteindelijk nog slechts tegen het lage inkomstenbelastingtarief aftrekbaar te zijn. Dit zal voor velen een aanzienlijke impact hebben.
  • De Box 3-heffing wordt sneller aangesloten op het werkelijke rendement op spaartegoeden. Hoe dat er uit gaat zien wordt in deze kabinetsperiode uitgewerkt. Het heffingsvrije vermogen in Box 3 wordt verhoogd naar € 30.000. Voor fiscaalpartners in totaal tot € 60.000.
  • Om Nederland internationaal aantrekkelijker te maken als vestigingsland wordt – naast de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven – de dividendbelasting als voorheffing afgeschaft. Deze cadeautjes worden deels gefinancierd uit de verhoging van de tarieven in Box 2, de Box waar de aandeelhouder de inkomsten uit de BV fiscaal verantwoordt. Het huidige tarief van 25% zal in 2020 stijgen naar 27,3%. In 2021 wordt het Box 2-tarief zelfs 28,5%.

 

Vennootschapsbelasting

  • Voor winsten tot en met € 200.000 bedraagt het huidige vennootschapsbelastingtarief 20%. Alles daarboven is belast tegen 25%. Beide tarieven worden vanaf 2019 in stappen verlaagd tot ze in 2021 bedragen: 16% en 21%.
  • Om internationale belastingontwijking via Nederland minder aantrekkelijk te maken komt er een bronbelasting op rente- en royaltystromen naar laag belaste landen.
  • Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 5% naar 7%.
  • De afschrijving op bedrijfsgebouwen in eigen gebruik wordt verder beperkt. Nu kan nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dat wordt 100% van de WOZ waarde, zodat het moment waarop niet meer kan worden afgeschreven, eerder wordt bereikt.
  • Verliezen kunnen met toekomstige winsten in de komende 9 jaar worden verrekend (carry-forward). Die termijn wordt verkort tot 6 jaar.

 

Omzetbelasting
  • Het lage BTW tarief van 6% zal worden verhoogd naar 9%. Dit raakt de kapper, de fietsenmaker, de boodschappen; kortom consumeren wordt duurder.

 

Loonbelasting
  • De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt verkort tot 5 jaar.
  • De onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verruimd naar € 1.700 per jaar.
  • De vervanging van de VAR-verklaring door het systeem van (model)overeenkomsten van opdracht werkt niet. Het nieuwe kabinet is daarom voornemens een nieuwe wet in te voeren die (meer) zekerheid biedt over de vraag of sprake is van een zelfstandige of van een werknemer.

Lage BTW tarief van 6% naar 9%

Aanpassing lage BTW tarief

Het aankomende nieuwe kabinet gaat het lage BTW tarief van 6% verhogen naar 9%. Deze maatregel wordt genomen in combinatie met het verlagen van belasting op arbeid. Doel hiervan is dat werk meer moet gaan lonen.

 

Op dit moment vallen onder het verlaagde 6% tarief de diensten van bijvoorbeeld kappers, fietsenmakers, op gebied van sport en bepaalde werkzaamheden in de bouw. Maar ook als u een boek koopt of een avondje gaat uiteten heeft u te maken met het verlaagde 6% tarief. Als het aan het nieuwe kabinet ligt worden al deze zaken duurder.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Maximale hypotheekrenteaftrek 37%

Hypotheekrenteaftrek

Het hangt al enkele jaren in de lucht, het einde van de hypotheekrenteaftrek. Tot nu toe bleef het bij relatief vriendelijke maatregelen die deze aftrek verder beperkte. Het ziet er echter naar uit dat ons nieuwe kabinet er serieus werk van gaat maken.

 

Het volledig afschaffen van de hypotheekrenteaftrek gaat nog te ver, maar vanaf 2020 komt er naar verwachting een versnelde afbouw. De aftrek wordt in vier stappen van 3 procent beperkt tot het laagste inkomstenbelastingtarief van 37%. Om deze lastenverzwaring voor met name de hogere inkomens enigszins te compenseren wordt het eigenwoningforfait lager evenals de inkomstenbelastingtarieven.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Grootste hervorming van de Europese BTW-regels in 25 jaar

Hervorming BTW-regels

De Europese Commissie heeft een plan gepresenteerd voor de grootste hervorming van de Europese BTW-regels in 25 jaar.  Met deze hervorming tracht de Commissie BTW fraude te bestrijden en het BTW-systeem eenvoudiger te maken voor het bedrijfsleven.

 

De Commissie wil het huidige BTW-systeem veranderen door de verkoop van goederen van het ene EU-land naar het andere op dezelfde wijze te belasten als goederen die binnen een lidstaat worden verkocht. Het voorstel houdt in dat leveranciers van goederen en diensten bij grensoverschrijdende transacties binnen de EU niet meer het 0%-tarief hanteren maar het tarief van het bestemmingsland. Deze BTW wordt afgedragen in het eigen land van de leverancier, waarna het wordt overgemaakt naar het bestemmingsland.

 

We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

Buitenlandse btw uit 2016 terugvragen? Doe dit voor 1 oktober 2017!

Buitenlandse btw Begroting 2016 en AOV voor ondernemersTeruggaafverzoek buitenlandse btw

Heeft u in 2016 facturen met btw ontvangen uit andere Europese lidstaten dan kunt u deze terugvragen. Uw teruggaafverzoek moet vóór 1 oktober 2017 bij de Belastingdienst binnen zijn.

 

Btw uit andere EU-landen

Ondernemers die facturen met btw uit een ander EU-land hebben ontvangen, kunnen deze terugvragen wanneer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het teruggaafverzoek kan via de daarvoor bestemde website van de Nederlandse Belastingdienst worden gedaan. Heeft u  geen account voor deze site? Dan moet u dit eerst aanvragen met het formulier aanvraag inloggegevens teruggaaf btw uit andere landen. U krijgt de inloggegevens in ieder geval binnen 4 weken na de aanvraag.

 

Uiterlijke termijn

Dit verzoek moet vóór 1 oktober 2017 zijn ingediend.

 

Voorwaarden teruggaafverzoek buitenlandse btw

De door u betaalde buitenlandse btw komt voor teruggaaf in aanmerking wanneer u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Uw onderneming is in Nederland gevestigd,
  • U bent geen btw verschuldigd in het land van teruggaaf, en
  • U gebruikt de goederen en diensten waarop de btw-facturen zien, voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten.

 

Heeft u vragen over buitenlandse btw?

Maak dan gebruik van het onderstaande formulier. DK Accountants & Adviseurs is u graag van dienst.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het alternatief: de motor van de zaak!

Motor van de zaak_DK Accountants & AdviseursMotor van de zaak

De auto van de zaak is vaak een dure en ingewikkelde aangelegenheid. In de pers wordt niet voor niks vaak naar de auto verwezen als de melkkoe van de overheid. Daarbij is rond de auto een enorme regelbrei ontstaan van bijtellingspercentages, motorrijtuigenbelasting, BPM, BTW-correcties en loonbepalingen. Maar er is een alternatief, namelijk de motor van de zaak.

 

Bijzonderheden

Niet alleen voor de man met midlife crisis maar voor een ieder die openstaat voor iets anders, de motor van de zaak. Waarom is dit een goed alternatief? Los van persoonlijke voorkeuren, wijzen wij op:

  • De motor mag je zelf uitkiezen hier gelden geen beperkingen, tenzij “een weldenkend ondernemer hier niet voor zou kiezen”. Dit laatste is voortgekomen uit jurisprudentie  in verband met kostenaftrek door ondernemers.
  • Alle kosten, aanschaf/onderhoud/gebruik ed, komen ten laste van de onderneming.
  • De BTW op de aanschaf kan in aftrek worden gebracht.
  • Op de aanschaf (ex BTW) kan een investeringsaftrek worden toegepast (28%) en er kan worden afgeschreven (5 jaar, rekening houdend met een reële restwaarde).
  • Geen bijtelling privé gebruik, zoals bij auto van de zaak. Wel binnen redelijkheid privé gebruik bijhouden waarmee we een vergoeding voor privé gebruik gaan verrekenen (beperkt,  paar honderd euro).
  • “Essentiële” items zoals helm en motorkleding kunnen ook op de zaak, maar ook hier binnen redelijkheid. Dus geen Gucci jas met franjes en gouden knopen afgezet met 28 karaats diamanten.

Geen slecht idee die motor!

Vragen over de motor van de zaak?

Neemt u dan contact op met uw relatiebeheerder binnen DK Accountants & Adviseurs. U kunt ook rechtstreeks met mij contact opnemen indien u dat wenst. Of stel uw vraag direct hieronder.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

Belastingkorting op aandelenopties voor innovatieve startups

Aandelenoptie

Startups hebben vaak onvoldoende liquiditeiten om hun werknemers een passend salaris te betalen. Door het toekennen van aandelenoptierechten kunnen zij hun werknemers hiervoor compenseren. Vanaf 2018 wordt dit voor innovatieve startups aantrekkelijker omdat onder bepaalde voorwaarden dan nog maar 75% van hetgeen genoten wordt bij de uitoefening of vervreemding van het aandelenoptierecht wordt belast. De genoten vrijstelling bedraagt maximaal 25% van € 50.000.

Teruggaaf van BTW op oninbare vorderingen wordt in 2017 eenvoudiger

BTW terugvragen

Indien u een factuur verstuurt moet u de op deze factuur in rekening gebrachte BTW afdragen. Als de debiteur de factuur niet zal betalen dan is het mogelijk de afgedragen BTW bij de Belastingdienst terug te vragen. In 2017 zal dit terugvragen eenvoudiger worden.

 

Zo kunt u de BTW terugvragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Een apart schriftelijk verzoek zal niet meer nodig zijn. U kunt het terug te vorderen BTW bedrag eenvoudig opnemen in uw reguliere BTW aangifte.

 

Let er op dat bij een latere betaling van de factuur, u de teruggevraagde BTW weer moet betalen aan de Belastingdienst.

Voorkom verliesverdamping

Verrekenbare verliezen

De door uw onderneming geleden verliezen kunnen onder voorwaarden verrekend worden met in andere jaren behaalde winsten. Echter deze verliesverrekening is beperkt in de tijd. In de vennootschapsbelasting is het mogelijk het verlies te verrekenen met de winst van het vorige jaar en de volgende negen jaren. Voor de inkomstenbelasting kunnen ondernemingsverliezen verrekend worden met positieve inkomsten uit de voorafgaande drie jaren en de volgende negen jaren.

Om te voorkomen dat uw verrekenbare verliezen door de tijd verdampen is het verstandig te beoordelen of er mogelijkheden zijn om uw winst dit jaar te verhogen. Overleg hierover met uw adviseur!

 

Reserveer de winst bij verkoop bedrijfsmiddel

Boekwinst 2016

Indien u in 2016 een bedrijfsmiddel heeft verkocht en daarbij een boekwinst heeft behaald, dan kunt u deze boekwinst reserveren voor latere investeringen in bedrijfsmiddelen en zo belastingheffing over deze boekwinst uitstellen. Voorwaarde hierbij is dat u een feitelijk herinvesteringsvoornemen heeft. Indien dat voornemen er is dan heeft u drie jaar om deze boekwinst te herinvesteren. Deze drie jaar gaan in vanaf einde van het betreffende boekjaar waarin de verkoop heeft plaatsgevonden.

 

Let op, indien de boekwinst behaald is bij de verkoop van bepaalde bedrijfsmiddelen zoals bijvoorbeeld een bedrijfspand, dan gelden er aanvullende voorwaarden.